Ongezuiverde lozing in Maas tijdens crisis waterzuivering Haps duurde 30 uur
HAPS – De lozing van ongezuiverd rioolwater tijdens de crisis in de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Haps heeft dertig uur geduurd. Een bypass werd gecreëerd naar de rivier toe om overtollig water dat niet verwerkt kon worden als gevolg van de stroomuitval in de installatie kwijt te raken. Daarmee kon stankoverlast in de omgeving verminderd worden.
Forum voor Democratie stelde vragen aan het college over onder andere de lozing op de Maas. Het college laat in samenspraak met Waterschap Aa en Maas daarop weten dat er in totaal dertig uur ongezuiverd geloosd is via de bypass tijdens de crisissituatie. “Na deze 30 uur is het binnenkomende rioolwater langzaam weer over de rioolwaterzuiveringsinstallatie geleid en gezuiverd en is via de bypass steeds minder rechtstreeks naar de Maas geloosd. De totale hoeveelheid water die ongezuiverd via de bypass naar de Maas is geloosd, is 53.575 m3. Hierbij moet worden opgemerkt dat het grootste deel van dit afvalwater uit regenwater bestond, waardoor het rioolwater sterk verdund water was.”
180 vrachtwagens per uur
Het was geen optie om het rioolwater middels tankwagens te vervoeren naar naburige rioolwaterzuiveringsinstallaties om daar verwerkt te worden, laat men weten.“Ten tijde van het volledig spanningsloos gaan van de rioolwaterzuiveringsinstallatie was het binnenkomende rioolwaterdebiet circa 5500 m3/h. Dat zijn ongeveer 180 vrachtwagens per uur. Deze volumes zijn niet te vervoeren per vrachtwagen.” Over de milieu-impact van de lozing op de Maas kan het Waterschap nog niet veel zeggen.
Probleem nog niet opgespoord
Ondertussen is de oorzaak van het probleem in de zuiveringsinstallatie nog niet opgespoord. “We zijn het nog steeds aan het onderzoeken”, laat een woordvoerder van Waterschap Aa en Maas weten. “De installatie loopt ondertussen nog op noodstroom. We hebben te maken met lange levertijden voor benodigde zaken voor herstelwerkzaamheden. Daarnaast zijn we ook aan het evalueren, waarbij we ook kijken of het onderdeel waar het probleem zich geconcentreerd heeft niet naar een andere plek verplaatst zou moeten worden. Tegelijkertijd is het ook zo dat de huidige plaatsing in de kelder niet eerder tot problemen geleid heeft.”