Watersnood van 1926: grote impact op Land van Cuijk én toekomst van waterbeheer

Geplaatst op woensdag 28 januari 2026 Dion van Alem

LAND VAN CUIJK – Deze maand is het honderd jaar geleden dat de watersnood van 1926 plaatsvond. Hoogwater in de Maas zorgde voor veel wateroverlast op verschillende plekken in Nederland, waaronder deze regio. De overstromingen behoren tot de grootste natuurrampen die het Land van Cuijk in de twintigste eeuw troffen. De gevolgen voor bewoners, landbouw en infrastructuur waren aanzienlijk, net als de lessen die uit de noodsituatie getrokken konden worden.

Bekijk de video

Eind december 1925 zorgden langdurige regenval en smeltwater uit het stroomgebied van de Maas voor snel stijgende waterstanden. Dijken konden rondom de jaarwisseling de druk op meerdere plaatsen niet meer aan, waardoor water vrij spel kreeg in het rivierengebied. De dijkdoorbraken in Oeffelt op oudjaarsavond 1925 vormden het begin van deze catastrofe voor het Land van Cuijk.

Evacuaties en schade

Na de dijkdoorbraken raakten bewoonde gebieden en weilanden overstroomd, waardoor dorpen en buurtschappen tijdelijk onbereikbaar raakten. Wegen verdwenen onder water en verbindingen met omliggende gebieden vielen weg. Verkeer was op veel plaatsen alleen nog mogelijk per boot. Bewoners zaten dagen tot weken ingesloten, afhankelijk van noodvoorzieningen en hulp van buitenaf.

Huizen, boerderijen en schuren liepen onder, waarbij water soms tot in woonvertrekken stond. Inwoners probeerden huisraad en voorraden naar zolders of hoger gelegen plekken te brengen. Niet iedereen slaagde daarin, waardoor veel gezinnen te maken kregen met verlies van bezittingen. Bewoners werden opgevangen in hoger gelegen delen van de regio of bij familie en bekenden elders.

Voor de landbouw, die in het Land van Cuijk een belangrijke bestaansbron vormde, waren de gevolgen groot. Akkerland bleef langdurig onder water staan, waardoor oogsten verloren gingen en de bodemstructuur werd aangetast. Het herstel vergde maanden en in sommige gevallen jaren.

Gevolgen voor infrastructuur en waterbeheer

Naast de directe schade legde de watersnood ook zwakke plekken in het waterbeheer bloot. Wegen en bruggen raakten beschadigd of werden onbruikbaar en de kwetsbaarheid van de dijken langs de Maas werd pijnlijk duidelijk. De ramp droeg bij aan het besef dat grootschalige maatregelen nodig waren om het rivierengebied beter te beschermen tegen hoogwater.

De watersnood van 1926 speelde daarmee een rol in de latere aandacht voor rivierverruiming en dijkversterking langs de Maas. Het vormde de basis voor ingrepen die in de decennia erna zijn uitgevoerd om de veiligheid in het Maasgebied, waaronder het Land van Cuijk, te vergroten. Naast het versterken van dijken, vergroten van uiterwaarden en het graven van nevengeulen om overstromingen te beperken, werden stuwen, sluizen en waterafvoersystemen verbeterd om waterstanden beter te reguleren en lokale wateroverlast te verminderen. Ook werden crisisplanning, waarschuwingssystemen en coördinatie tussen gemeenten en waterschappen opgezet om sneller te kunnen reageren bij hoogwater.

Terug naar nieuwsoverzicht